Fietspaden in Vlaanderen - rapport Rekenhof

Het Rekenhof onderzocht of de Vlaamse overheid erin geslaagd is het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk (BFF) in Vlaanderen uit te bouwen voor meer verkeersveiligheid en meer fietsgebruik. Het stelde vast dat het BFF traag tot stand komt. De verkeersveiligheid voor fietsers in Vlaanderen is de laatste jaren afgenomen en het vooropgestelde fietsaandeel in de functionele verplaatsingen werd niet gehaald. Zowel het budget als de kostprijs van het BFF zijn weinig transparant.

BFF

Het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk (BFF) moest een netwerk van bovenlokale verbindingen worden voor functionele verplaatsingen, zoals woon-werkverkeer, woon-schoolverkeer en woon-winkelverkeer, voornamelijk voor afstanden van vijf tot tien kilometer en complementair aan het recreatief fietsroutenetwerk. Voor de Vlaamse overheid was de aanleg van een goede fietspadinfrastructuur op het BFF een van de middelen om het fietsgebruik te bevorderen en de verkeersveiligheid te verbeteren.

Meer en veiliger fietsen niet bereikt

De verkeersveiligheid verbeterde in de periode 1999-2016 globaal, maar voor de fietsers ging de veiligheid er op achteruit. Er waren in 2016 55 dodelijke, 846 zwaargewonde en 7.179 lichtgewonde fietsslachtoffers. Hoewel het aantal dodelijke en zwaargewonde fietsslachtoffers tussen 1999 en 2016 daalde, steeg het aantal lichtgewonden met 35%. Het aantal fietsers onder de verkeersslachtoffers nam toe tot meer dan één op vier. Ook het fietsgebruik is onvoldoende toegenomen. De Vlaamse overheid mikte op bijna één op vijf functionele verplaatsingen met de fiets, maar in 2015-2016 was dat maar 11%. Sinds 2012- 2013 is er wel een lichte toename van het fietsgebruik voor woon-werk- en woonschoolverkeer.

Trage realisatie van fietspaden

Het conceptuele BFF besloeg bij aanvang ongeveer 11.000 km, waarvan het Vlaams Gewest 3.481 km in beheer had. De rest viel onder de bevoegdheid van de provincies en de gemeenten. Uit de meest recente inventaris - van 2012 - bleek dat het conceptuele BFF was uitgebreid tot 12.086 km. Om dit netwerk te realiseren, moest fietspadinfrastructuur op de wegen worden aangelegd of gerenoveerd. De Vlaamse overheid heeft echter geen goed overzicht van de uitgevoerde werken op het BFF, zodat het Rekenhof de toestand van het BFF niet met zekerheid kon reconstrueren. De uitbouw van het BFF verloopt traag: gemiddeld is 75 km nieuwe fietspaden per jaar aangelegd. Nog 3.637 km wacht op aanleg en 4.444 km op aanpassing. Aan dit tempo zou het nog bijna 50 jaar duren voor het volledige BFF gerealiseerd is, terwijl het eind 2012 klaar had moeten zijn. In 2012 voldeed bovendien minder dan een derde van de fietspaden op het BFF aan de kwaliteitsstandaarden. Tot op heden was de rapportering van het departement MOW onvolledig, weinig transparant en vaak achterhaald. Bij de verschillende partners die instaan voor de realisatie van fietspadinfrastructuur was het BFF tot op heden onvoldoende prioritair. 

Beheersmatige en organisatorische tekortkomingen

Met het Vlaams mobiliteitsplan, het Vlaams totaalplan fiets (2002) en het vademecum fietsvoorzieningen (2003) is een samenhangend en goed onderbouwd beleid uitgebouwd voor de realisatie van het BFF. Het steunde sterk op de inzet van de lokale besturen (gemeenten en provincies), maar de geplande samenwerking tussen de beleidsniveaus werd niet gerealiseerd en diverse reorganisaties bij MOW leidden tot takenversnippering en efficiëntieverlies. Vlaanderen stelde een coördinerende fietsmanager aan, maar die kreeg weinig aansturingsbevoegdheid. Een Fietsteam zorgde tussen 2010 en 2014 voor meerjarige integrale fietsinvesteringsprogramma’s, maar deze bevatten geen timing of kostenraming en hielden weinig rekening met het BFF. Het Agentschap Wegen en Verkeer had maar vat op de eigen fietspadprojecten. Het beschikt wel over een objectief prioriteringsinstrument maar pragmatische ad hoc-overwegingen doorkruisten veelal de objectieve planning. Pas in het voorjaar 2017 werd een fietsinvesteringsplan 2017-2019 voorgesteld, maar dit bevat nog steeds geen globale ontwikkelvisie. Begroting en uitgaven onduidelijk De kostprijs van het BFF is weinig transparant. In het Mobiliteitsplan raamde de Vlaamse Regering de kostprijs van het BFF op 752 miljoen euro. Dit werd nooit geactualiseerd en betrof enkel het gedeelte gewestwegen, niet de lokale wegen. Ook de Vlaamse begrotingen zijn niet transparant over de fietspadinvesteringen en maken geen onderscheid tussen BFF en niet-BFF. De ambitie om jaarlijks 100 miljoen voor fietspaden in te zetten werd niet gehaald. Bij gebrek aan accurate informatie kon het Rekenhof niet exact reconstrueren hoeveel van 2002 tot eind 2016 is besteed aan het BFF. Alvast voor de subsidieprojecten werd maar de helft van wat was goedgekeurd betaald, wat erop wijst dat de projecten maar voor de helft zijn gerealiseerd.

Reactie van de minister

De Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken ging akkoord met de vaststellingen en aanbevelingen van het Rekenhof. Hij vermeldde een aantal recente maatregelen en kondigde bijkomende initiatieven aan. Hij wees erop dat het BFF de leidraad blijft voor de uitbouw van het fietsnetwerk en dat de ambitie om jaarlijks 100 miljoen euro te investeren streng opgevolgd wordt. Het Rekenhof is van oordeel dat sommige van deze maatregelen en initiatieven – althans in het geval van een effectieve uitvoering - kunnen voldoen, maar dat andere onvoldoende garanties bieden om de tekorten te remediëren.

Volledig rapport