OVG5.3: Mobiliteit van de Vlaamse jongeren

24.06.2019

Dit artikel maakt deel uit van onze reeks over het Onderzoek Verplaatsingsgedrag (OVG 5.3 - cijfers grotendeels verzameld in 2017) en zoomt in op de mobiliteit van Vlaamse jongeren. Bekijk ook het overzicht van alle thema's.
 

Hoe verplaatst de Vlaamse jongere zich?

Hoe verplaatst de Vlaamse jongere zich? Op basis van het Onderzoek VerplaatsingsGedrag (OVG 5.3) onderzochten we hoe, hoe vaak, hoe ver en waarom Vlaamse jongeren tussen 6 en 17 jaar zich verplaatsen.

Het Onderzoek VerplaatsingsGedrag wordt georganiseerd door het Departement Mobiliteit en Openbare Werken. Het Netwerk Duurzame Mobiliteit analyseert de resultaten. De bron voor alle grafieken en cijfergegevens is het OVG 5.3, dit liep van januari 2017 tot januari 2018.

Gezien deze analyse over een beperkte steekproef gaat (namelijk: de jongeren binnen de 1.600 respondenten van het OVG 5.3) zijn de conclusies niet altijd even betrouwbaar. Als je hier als lokale overheid mee aan de slag wil gaan, analyseer je best het verplaatsingsgedrag van jongeren in de eigen gemeente.
 

Vervoermiddelen genoeg

De gezinnen waarin de Vlaamse jongeren opgroeien beschikken over heel wat vervoermiddelen. Vlaamse gezinnen hebben gemiddeld 1,24 auto’s en 2,2 fietsen. 85,05% van de gezinnen heeft minimaal een auto en 77,65% van de gezinnen een fiets.
 

Vlaamse jongeren van 13 tot 17 jaar verplaatsen zich minder vaak dan 65+’ers

De Vlaming verplaatst zich gemiddeld 2,55 keer per dag. Jongeren van 6 tot 12 jaar verplaatsen zich net iets meer dan het gemiddelde. Opvallend is dat jongeren tussen 13 en 17 jaar zich minder verplaatsen dan het gemiddelde en zelfs minder dan de ouderen (65+).

Besteden jongeren tussen 13 en 17 jaar te veel tijd aan school? Of zitten ze te vaak op hun smart phone of tablet? Wat is de impact van minder verplaatsingen op hun gezondheid?

Dat 6-12-jarigen zich relatief vaak verplaatsen kunnen we op verschillende manieren verklaren. Er is heel wat vrijetijdsaanbod voor 6-12-jarigen: jeugdwerk, sport, muziek, tekenen, dans, … Een andere mogelijke verklaring is dat 6-12-jarigen vaker mee moeten met mama of papa (en niet alleen mogen thuis blijven).

Aantal verplaatsingen per dag

In OVG 5.3 zitten ook cijfers over het aantal afgelegde kilometers. Jammer genoeg worden deze sterk vertekend doordat vliegreizen <1.000 km hierin ook worden meegerekend. Op basis van deze cijfers zouden 6-12-jarigen het meest kilometer doen (86,55 km per dag) van alle leeftijdsklassen. De 13-17-jarigen doen gemiddeld 25,68 km per dag, enkel de 65+’ers doen minder kilometer (18,21 km per dag).

Ook bij jongeren regeert Koning Auto

Bij beide leeftijdsgroepen (6-12 j = 61,64% van alle verplaatsingen en 13-17 j = 42,70% van alle verplaatsingen) is de auto het vaakst gebruikte vervoermiddel. Dat wil zeggen dat mama, papa, opa, oma … vaak ingezet worden als chauffeur.

Dit wordt ook bevestigd bij de verplaatsingsmotieven van de Vlaming: 11,30% van onze verplaatsingen dient om iemand of iets te halen of te brengen. Deze cijfers bevestigen dat de achterbankgeneratie nog niet in het verleden ligt.

Modal split jongeren

De groep tussen 13 en 17 jaar stapt minder dan de groep tussen 6 en 12 jaar, ze schakelen over op het openbaar vervoer. Een plausibele verklaring is dat jongeren tussen 13 en 17 jaar een groter aandeel verdere verplaatsingen afleggen ten gevolge van de overstap naar het middelbaar onderwijs dat een minder fijnmazig netwerk vormt dan lagere scholen. 58,05% van de verplaatsingen van 6-12-jarigen is minder dan 3 km, voor 13-17-jarigen is dat 28,80%. Een omgekeerde verhouding zie je voor verplaatsingen verder dan 15 km: die vormen 13,59% van de verplaatsingen van 6-12-jarigen en 26,32% van de verplaatsingen van 13-17-jarigen. Over het algemeen verplaatsen jongeren zich minder ver dan de actieve (beroeps)bevolking.

6-12-jarigen reizen amper met de trein, tram of bus, ook niet onder begeleiding van hun ouders. Nochtans mogen kinderen onder de 12 gratis mee op de trein en bieden heel wat lokale overheden derdebetalerssystemen aan voor jongeren van 12 jaar en jonger. Ze gaan wel vaak op stap met mama en papa, maar dat gebeurt meestal per auto. Het gebruik van openbaar vervoer stijgt van minder dan 1% bij 6-12-jarigen naar zo’n 20% bij 13-17-jarigen.

Wat verder opvalt is dat de fiets naar gebruik (aantal verplaatsingen) niet sterk groeit bij 13-17-jarigen, gewoon omdat ze zich minder vaak verplaatsen, het aandeel van de fiets neemt wel sterk toe. Het kan er op wijzen dat wie op jonge leeftijd start met fietsen dat blijft doen, maar niet veel jongeren na 12 jaar nog de overstap naar de fiets maken. Jong geleerd is oud gedaan! 

Nederlands onderzoek stelt dat het fietsgebruik bij jongeren vanaf 16 jaar sterk afneemt. 

Modal split 6-12-jarigen
Modal split 13-17-jarigen

Openbaar vervoer, dat is voor schoolgaande jeugd

Uit het OVG 5.3 blijkt dat openbaar vervoer iets voor jongeren van 13 tot 17 jaar is. Die 13-17-jarigen verplaatsen zich over langere afstanden dan de 6-12-jarigen en zijn daarvoor vaak aangewezen op het openbaar vervoer.

Als we naar de modal split op basis van het aantal kilometer willen kijken, zien we dat drie kwart van de afstand van de 6-12-jarigen met een ‘ander’ vervoermiddel gebeurt. Dat is het gevolg van een aantal vliegreizen (<1.000 km) die voor vertekende resultaten zorgen. We losten dit op door geen rekening te houden met de ‘andere’ vervoermiddelen. Ook dan blijft 1 vervoermiddel dominant (maar dat lijkt in elk geval meer waarheidsgetrouw).
 

Modal split 6-12-jarigen (aantal kilometer)

6-12-jarigen zijn sterk afhankelijk van de auto voor lange verplaatsingen, 93,46% van de afgelegde kilometers gebeurt met de auto. Ze doen wel heel wat verplaatsingen te voet (17,91%) en met de fiets (14,94%) maar die zorgen maar voor respectievelijk 2,44% en 3,29% van het aantal kilometer dat ze afleggen. Het is opvallend dat 6-12-jarigen weinig gebruik maken van het openbaar vervoer en al helemaal niet van de trein.

Modal split 13-17-jarigen (aantal kilometer)

Bij de 13-17-jarigen is de dominantie van de auto minder opvallend (en is van dezelfde grootteorde als voor de volledige bevolking: 63,26%). Vooral het openbaar vervoer (bus/tram/metro: 15,16% van de kilometers en de trein: 14,72% van de kilometers) scoort opvallend beter dan bij de volledige Vlaamse bevolking (bus/tram/metro: 1,80% en trein: 5,04% van het aantal kilometer). 13-17-jarigen zijn sterk afhankelijk van het openbaar vervoer voor hun verdere verplaatsingen.

De elektrische fiets die aan een stevige opmars bezig is in Vlaanderen, wordt door de Vlaamse jongere nog helemaal niet gebruikt. Bromfietsen (zowel klasse A als B) werden door de jongeren in deze steekproef ook niet gebruikt. Dat kan erop wijzen dat deze vervoermiddelen te duur geworden zijn voor jongeren.

Meeste verplaatsingen zijn om naar school te gaan

Het zal niemand verbazen dat onderwijs het belangrijkste verplaatsingsmotief is, zowel bij 6-12-jarigen (36,99% van alle verplaatsingen) als bij 13-17-jarigen (42,86%). Het tweede verplaatsingsmotief ‘ontspanning, sport en cultuur’ zal ook niemand verbazen (6-12: 22,76% en 13-17: 24,05% van alle verplaatsingen).

Verplaatsingsmotief jongeren (aantal verplaatsingen)

Wat wel opvalt is dat 6-12-jarigen zich vaker verplaatsen dan 13-17-jarigen voor de motieven ‘winkelen, boodschappen doen’, ‘iemand/iets wegbrengen/afhalen’ en voor ‘diensten’. Tieners hoeven niet meegaan naar de winkel zoals de jongere kinderen. Daarnaast hebben 13-17-jarigen ook minder hobby’s en spenderen ze meer tijd aan hun schoolwerk. Al die elementen samen verklaren waarom 13-17-jarigen zich minder vaak verplaatsen dan 6-12-jarigen.

Ontspanning is belangrijker qua kilometers dan school

In onderstaande grafiek zien we hoeveel kilometer jongeren zich gemiddeld per dag verplaatsen om welke redenen. De vliegtuigreizen hebben we er opnieuw uitgefilterd om vertekening te voorkomen (deze vielen onder de categorie ‘ander’ verplaatsingsmotief).

Verplaatsingsmotief jongeren (aantal kilometer)

Net zoals bij de volwassenen zijn verplaatsingen voor recreatieve doeleinden belangrijker dan functionele verplaatsingen.

Het OVG bevestigt dat de verplaatsing naar de middelbare school verder is dan de verplaatsing naar de lagere school. 

 

OVG 5.3 te beperkt voor meer gedetailleerde conclusies

De groep jongeren in het OVG 5.3 is te klein om echte beleidsaanbevelingen te formuleren, bij voorbeeld op basis van de woonplaats van de jongeren. Een onderzoek specifiek gericht op Vlaamse jongeren zou tot meer concrete resultaten leiden.

 

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met Ilse Holvoet (Bataljong) en Peter Bosschaert (De Ambrassade).