Overslaan naar inhoud

Een project zonder resultaten? Of een project met ‘andere’ resultaten…

16 juli 2026 door
Een project zonder resultaten? Of een project met ‘andere’ resultaten…
Netwerk Duurzame Mobiliteit, Tine Pillaert

Dit artikel werd geschreven door Sofie Verspeeten en Bert Ostyn, sociaal-cultureel werkers bij Avansa Centraal-Vlaanderen, in het kader van het LEADER project MobiMaatwerkers. 

Lees meer over MobiMaatwerkers


Als sociaal-cultureel werker begin je zelden aan iets zonder verwachtingen. Je ziet een knelpunt, je voelt urgentie, je gelooft dat het anders en beter kan. Je denkt na over een aanpak, over een traject, over hoe je stap voor stap verandering kan brengen – samen met anderen.

Zo begonnen wij ook aan het project MobiMaatWerkers in Zottegem. Met goesting en overtuiging, en ergens het stille vertrouwen dat dit project wel zin moest hebben.

Tot het even anders bleek.

Het project in een notendop

Een tijdje geleden startten we met het project MobiMaatWerkers Zottegem. Wij, Bert en Sofie, gingen daarvoor naar Sint-Goriks-Oudenhove. Dat is een landelijke deelgemeente van Zottegem.

We merkten dat inwoners van Sint-Goriks-Oudenhove het soms moeilijk hebben om zich op een milieuvriendelijke manier te verplaatsen naar het centrum van Zottegem. Het openbaar vervoer is niet altijd handig, de afstanden zijn groot en er zijn weinig andere mogelijkheden, of ze zijn niet voor iedereen toegankelijk.

Ons doel was niet om meteen met dé perfecte oplossing te komen. We wilden vooral samen met de inwoners nadenken over wat mogelijk is. Hoe kunnen mensen zich op een eerlijke en milieuvriendelijke manier verplaatsen van en naar Zottegem?

We kozen voor een traject in verschillende stappen. Eerst luisteren naar verhalen en ervaringen van de inwoners. Daarna samen nadenken en dromen over mogelijke oplossingen. Tot slot proberen om één van die ideeën ook echt uit te werken en in de praktijk te brengen.

Dat leek ons een mooi stappenplan, succes gegarandeerd. Maar achteraf gezien was het misschien wel iets té mooi.

Botsing met de realiteit

Al vroeg in het project begon het te wringen. Tijdens het eerste praatcafé voelden we dat het enthousiasme bij dorpsbewoners beperkt was, slechts vier deelnemers. Maar geen probleem. Als de bewoners niet tot bij ons komen, gaan wij toch gewoon tot bij hen. Zo gingen we deur-aan-deur bij iedereen langs. We bevroegen individuen en lanceerden nog een online bevraging voor wie we niet konden bereiken. Samen met collega’s uit andere organisaties verzamelden we zo behoorlijk wat input.

En toch bleef het gevoel knagen: het probleem dat wij meenden te zien, werd niet als probleem ervaren door de mensen voor wie we het project opgezet hebben. Dat onderbuikgevoel bleek geen toeval want tijdens onze volgende publieke activiteit konden we letterlijk geen enkele dorpsbewoner aantrekken, ondanks een zeer grote wervingscampagne.

Het project werd stopgezet, na heel wat inzet, maar zonder tastbare resultaten. Dat het werk van een sociaal-cultureel werker niet elke dag aanvoelt als een walk in the park, hoefde je ons die dag niet meer te vertellen.

Waren alle inspanningen dan voor niets?

Een project stopzetten voelt niet goed. Zeker niet als je er zo veel tijd, energie en hoop in hebt gestoken. Toch vonden we het te makkelijk om dit hoofdstuk simpelweg af te sluiten. Dus stelden we ons een andere vraag: wat als dit project wél iets heeft opgeleverd, maar niet op de manier die we vooraf hadden verwacht? Wat als de inzichten zelf het resultaat zijn? En wat als we die inzichten niet voor onszelf houden, maar teruggeven aan de samenleving – aan collega’s, burgers, professionals?


Ok, de belangrijkste inzichten al even op een rijtje ... (Waar botsten we eigenlijk op?)


  • Is het probleem er wel?

Zien wij een probleem dat er voor burgers helemaal geen is? Als sociaal-cultureel werkers kijken we naar de samenleving vanuit kansen en noden tot verbetering, meer rechtvaardigheid, voor mens en planeet. Door die bril zien we knelpunten waarvan we oprecht geloven dat het anders kan. Of soms zelfs moet? Maar wat als de mensen met wie we praten dat niet zo ervaren? Wat als ons probleem simpelweg niet gezien wordt in hun dagelijks leven? Of niet bestaat?

  • Participatie: OK. Maar voor en met wie eigenlijk?

Wij geloven heel sterk in de sterkte van participatie. Samen nadenken, samen beslissen, samen uitvoeren. Maar wil of kan iedereen wel meepraten over elk thema dat iemand anders belangrijk vindt? Gewoon omdat je ‘tot de doelgroep behoort’?

Misschien moeten we de vraag omdraaien. Misschien ligt de uitdaging er niet in om burgers maximaal te laten participeren aan de vragen van organisaties en besturen, maar om organisaties en overheden méér te laten participeren aan het leven van mensen, aan de dingen waar zijzelf dagdagelijks tegenaan botsen.

  • Waar vinden we de tijd?

Onze samenleving is druk: vol met routines, verwachtingen en verplichtingen. Het kost inzet, aandacht en moeite om even stil te staan, om het grotere plaatje te bekijken. Het is menselijk om vooral bezig te zijn met jezelf en het hier en nu – dat is wat onze manier van leven van ons vraagt.

Is het dan zo vreemd dat burgers niet staan te springen om mee na te denken over mobiliteit of klimaat? En is het niet oké als burger om gewoon verder te doen, zolang je niemand anders pijn doet? Of toch alleszins niet rechtstreeks.

  • Gedragsverandering is geen kleinigheid

Zelfs als we overtuigd zijn dat het anders moet, botsen we op weerstand. Gedragsverandering vraagt tijd, energie en goesting. Soms moet je er zelfs van alles voor opgeven. De winst is vaak niet direct voelbaar, of slechts een droombeeld in de verre toekomst terwijl het verlies op twee vlakken heel voelbaar is: zowel nú/vandaag/instant én zeer direct/persoonlijk..

  • Er is niet één samenleving

We leven van elkaar gescheiden, in aparte gemeenschappen. We hebben onze scholen, buurten, hobby’s, vrienden en familie waar we steeds dezelfde mensen ontmoeten. Daarbuiten hebben we maar weinig sociaal contact. Daardoor wordt het steeds moeilijker om te zien welke uitdagingen anderen – zelfs dorpsgenoten – ervaren. Zelfs in het kleinste dorp kennen we soms elkaars leefwereld amper. We zorgen nog wel voor ‘de onzen’, maar niet meer voor ‘de anderen’. En dat is niet altijd een kwestie van niet willen, maar vaak van niet weten.

  • Waar ligt de prioriteit?

Niet iedereen voelt dezelfde dingen even dringend aan. Dat heeft te maken met waar je bent, wat je meemaakt en vanuit welke bril je kijkt.

Voor de ene voelt de klimaatcrisis heel dringend, voor de andere staat iets anders voorop, zoals rondkomen met geld. Wat voor iemand heel dichtbij is, kan voor een ander ver weg lijken. Dat betekent niet dat iemand fout zit, maar wel dat we allemaal vanuit een ander standpunt kijken. Misschien zou alles anders aanvoelen als we even door de ogen van de aarde zelf konden kijken. Wie vertegenwoordigt haar stem?


En wat kunnen we hier nu mee... ?

Inderdaad, je las het goed. Een reeks kant-en-klare oplossingen hebben we jullie niet voorgeschoteld. Die zijn er immers ook niet, dat beseffen we ondertussen wel. Maar er is zeker heel wat stof tot nadenken, en ook dat maakt het zinvol.

Wanneer voel jij je aangesproken om mee te denken, mee te doen, mee te veranderen – en wanneer niet? Wanneer leg je de verantwoordelijkheid bij de overheid, en wanneer neem je die zelf op? En wat kunnen we hier mee?

A en B: Als post-its, of todo’ lijstjes ...

A: Wat nemen wij mee als sociaal-cultureel werkers?

  • We starten vanuit luisteren. Door aandacht te hebben voor wat leeft bij mensen, ontstaat ruimte om samen verder te werken.
  • Onze initiatieven sluiten aan bij de leefwereld van mensen, niet bij wat wij vooraf bedenken als aanpak of oplossing.
  • Participatie is een waardevol middel, dat we bewust inzetten wanneer het past bij de context en de vraag.
  • Participatie vraagt de nodige tijd, engagement en vertrouwen om te groeien.
  • We aanvaarden dat niet iedereen wil deelnemen, en dat is oké.
  • Sommige maatschappelijke uitdagingen vragen vooral duidelijke beleidskeuzes, daarin kan participatie inspireren maar niet alles oplossen.

Bert en Sofie

Socio-cultureel werkers bij Avansa Centraal Vlaanderen

B: En jij, als lezer?

Laat ons weten welke inzichten jij hieruit haalt. Ga je er graag verder over in gesprek? Stuur dan een mailtje naar sofie.verspeeten@avansa-cv.be en bert.ostyn@avansa-cv.be.


Misschien begint verandering soms niet met doen, maar met vertragen. Met even stilstaan. En met durven erkennen dat niet alles op te lossen valt – maar dat luisteren altijd zinvol blijft.


Meer weten over participatie en mobiliteit? Lees Notenkraker #2, een publicatie van Netwerk Duurzame Mobiliteit over dit thema.

Vraag hier de volledige publicatie aan


Een project zonder resultaten? Of een project met ‘andere’ resultaten…
Netwerk Duurzame Mobiliteit, Tine Pillaert 16 juli 2026
Deel deze post
Labels