Overslaan naar inhoud

Handleiding: Participatie met een plan!

5 oktober 2026 door
Bataljong, Ellen De Grauwe

Dit artikel maakt deel uit van Notenkraker#2, een publicatie van Netwerk Duurzame Mobiliteit over mobiliteit en participatie. 

Sterk (mobiliteits)beleid houdt rekening met de noden, capaciteiten en behoeften van burgers. Dat is ook een van de uitgangspunten van user based design. Een deel van die noden en behoeften kennen we via opgebouwde expertise en wetenschappelijk onderzoek, maar alleen dat is niet voldoende. Burgers betrekken bij ontwerpprocessen blijkt essentieel om sterk beleid te ontwikkelen; hier komt beleidsparticipatie in beeld. Beleidsparticipatie op een kwalitatieve manier vormgeven blijkt in de praktijk niet altijd evident. Zeker als we ook kinderen en jongeren expliciet willen betrekken. 

Heel wat actoren zijn op zoek naar handvatten of aanknopingspunten, daarom nemen we jullie in dit artikel mee langs een aantal afwegingen en wegwijzers.

Als ledenorganisatie van lokale besturen in Vlaanderen en Brussel, bouwt Bataljong aan een samenleving waarin álle kinderen en jongeren volwaardig kunnen deelnemen en waarin kinderrechten worden gegarandeerd. Om dit te bereiken, inspireert en verbindt Bataljong ambtenaren, politici, kinderen en jongeren, zodat ze samen sterk beleid kunnen voeren voor jonge inwoners. Dit beleid is gebaseerd op de brede jeugdreflex en het recht om gehoord te worden – ook in beleidsdomeinen zoals mobiliteit en publieke ruimte.

Ellen De Grauwe focust zich binnen Bataljong al twaalf jaar op beleidsparticipatie van jonge inwoners. Ze geeft diverse vormingen en ondersteunt lokale jeugdraden en -ambtenaren in hun rol om de stem van kinderen en jongeren te versterken.     

Wim Soontjens begeleidt sinds 2019 lokale besturen in het realiseren van kind- en jongerenvriendelijk beleid. Samen met Kind & Samenleving ontwikkelde hij de toolbox Jonge Wegweters en helpt hij steden en gemeenten om écht met jongeren in gesprek te gaan over hun mobiliteitsbeleving en het lokale mobiliteitsbeleid. 

Dit artikel is gebaseerd op de drie bouwstenen van Bataljong voor beleidsparticipatie, gericht aan jeugdambtenaren en vertaald naar het mobiliteitsbeleid.

Bezint eer ge begint

Voor je concrete participatietrajecten uittekent is het zinvol om stil te staan bij enkele vragen. Zie deze vragen als een afwegingskader: ze helpen jou na te denken over welke vormen van participatie wenselijk en haalbaar zijn in jouw specifieke context. 

​1. Waarom wil ik beleidsparticipatie organiseren? 

Probeer hier je eigen visie scherp te krijgen. Vertrek je vanuit user based design of eerder vanuit een (kinder)rechtenbril? Wil je innovatieve ideeën ontvangen of gaat betrokkenheid voor jou ook om samen dingen doen? Waar liggen voor jou de grenzen van participatie? Welke beslissingen wil je met andere woorden niet uit handen geven? 

Ontdek meer over de kracht van beleidsparticipatie op de site van het project It takes a child to raise a village. 

​2. Waarover wil ik participatie opzetten?

Wat verwacht je van de participatie? Schrijf op wat je precies te weten wil komen of wat je precies wil bereiken met je traject. Wil je input verzamelen over de noden of wil je gebruikers opstellingen laten testen? Of wil je vooral dat gebruikers goed geïnformeerd zijn over de werken die gepland staan? Anders gezegd: bepaal duidelijk wat de contouren zijn en baken gerust ook af waar er geen inbreng of betrokkenheid mogelijk is.

Pas op voor schijnparticipatie. Denk aan een kinderburgemeester die enkel een lintje mag knippen of buurtbewoners die enkel nog de kleur van het straatmeubilair mee mogen bepalen

​3. Op welk moment in het proces kan of wil ik dit doen?

Nog te vaak zien we participatie als een inputmoment bij het begin van een traject. Durf dit open te trekken. Burgers (en dus ook kinderen en jongeren) kunnen betekenisvol zijn tijdens een volledig planningstraject, al moet je daarvoor de vorm van participatie soms wat aanpassen. Laat gebruikers mee ontwerpen of experimenteer met vormen van citizen science (bv. Straatvinken).

Op www.ittakesachildtoraiseavillage.be brachten we in kaart op welke manier kinderen en jongeren op verschillende tijdstippen in een ruimtelijk planningsproces betrokken kunnen worden. 

​4. Wie wil ik betrekken in dit verhaal, als partner én als doelgroep?

Denk van bij de start na over welke collegadiensten, middenveldpartners of andere organisaties kunnen bijdragen aan dit project. Sterke participatie vraagt verschillende expertise, die meestal niet bij één persoon onder te brengen is. Stel dus een sterk team samen dat jou kan bijstaan in dit proces. 

Denk ook na over welke gebruikers je zeker wil betrekken. Zijn er onzichtbare groepen die je niet uit het oog mag verliezen? Denk aan minder mobiele personen, bewoners zonder eigen fiets of auto of kinderen die zich nog niet zelfstandig kunnen verplaatsen, …

Van weten naar doen

Er bestaat geen ‘one size fits all’-model voor participatie. Het is altijd een beetje maatwerk, maar dat betekent niet dat er geen houvast is. Integendeel: er zijn wel degelijk enkele kapstokken.

Het model van Lundy

Het eerste model dat we jou graag meegeven, vertrekt vanuit artikel 12 uit het Kinderrechtenverdrag. Dat stelt dat kinderen het recht hebben om gehoord te worden en dat wij ook de plicht hebben om daar passend gevolg aan te geven. Hoewel het model vanuit de kinderrechten vertrekt, is het ook geschikt voor gebruikers in het algemeen. 

Laura Lundy verwerkte dit artikel naar een eenvoudig kader (2007), vanuit de vaststelling dat we vaak al luisteren naar kinderen en jongeren, maar daar nog te weinig mee doen in de praktijk. 

Model van Lundy

Lundy onderscheidt vier zaken waarop je kan inzetten bij participatie: 

  • Ruimte: Creëer plekken waar kinderen en jongeren zich veilig en sterk genoeg voelen om hun mening te uiten. Ga tegelijk ook op zoek naar plekken waar kinderen en jongeren nu al zijn en nu dus al mee vormgeven aan de samenleving. 

  • Stem: Zoek naar manieren om de stem van kinderen en jongeren te versterken. Dat betekent ook kinderen en jongeren de nodige informatie en kennis bezorgen zodat ze een gefundeerde mening of actie kunnen uitwerken. 

  • Publiek: Geef een forum aan kinderen en jongeren. Zorg dat de juiste actoren hun boodschappen zien en horen, en dat kinderen en jongeren deel uitmaken van een breder verhaal.

  • Invloed: Maak dat er ook effectief iets gebeurt met de inbreng van kinderen en jongeren. Zorg voor terugkoppeling en transparantie. Ook wanneer bepaalde input niet wordt meegenomen of als er specifieke keuzes door het beleid gemaakt werden. 

De Ierse jeugdraadondersteuner ‘Hub Na Nóg’ werkte heel wat checklists en tools rond dit model uit. 

Van meeweten tot (mee)doen

Een tweede model vertrekt vanuit de rol die een gebruiker opneemt in een participatieproces. We haalden eerder al aan dat participeren niet alleen meepraten betekent. 

De Scholierenkoepel maakt onderscheid tussen volgende vormen van participatie:

Model van Meedenken tot (mee)doen

Participatie begint en eindigt altijd met ‘mee weten’ en dus met informeren en terugkoppelen, ook als je verder geen actieve participatie opzet of verwacht. 

Daarnaast maakt de Scholierenkoepel onderscheid tussen meedenken, meebeslissen en meedoen. Gebruikers laten meedenken betekent dat je hen consulteert, dat je hen eventueel ook mee laat denken en dromen over hun omgeving. Gebruikers laten meebeslissen betekent dat ze zeggenschap krijgen over (een deel van) het project. Meedoen (of meebeheren) is de laatste rol die de Scholierenkoepel naar voren schuift. Ook dit is een legitieme manier om betrokkenheid bij beleid te creëren en te versterken. 

We voegen er zelf graag nog een extra element aan toe. Gebruikers zullen ook heel vaak (bewust of onbewust) signalen aan het beleid bezorgen. Dat kan via klachtenprocedures, maar even goed ook gewoon door hoe ze gebruik maken van hun omgeving en hulpbronnen. Tieners die op straat voetballen, omdat er geen graspleintje in de buurt is, zijn niet enkel gevaarlijk, maar geven een duidelijke nood aan. 

Zet in op een participatiemix

We schreven het al: er is geen ‘one size fits all’. Kies daarom voor een gebalanceerde participatiemix in jouw werk. Varieer met de methodieken, maar speel ook met de instrumenten die in je lokaal bestuur aanwezig zijn. 

Gebruik het kwadrant van de participatiemix om voor jouw eigen gemeente of context in beeld te brengen welke participatie-initiatieven er zijn. Varieer in bottom-up (burgerinitiatief) en top-downinitiatieven (aangestuurd door het lokaal bestuur) en zoek een evenwicht tussen structurele participatie (bv. adviesraden) en ad hoc projecten, die eenmalig doorgaan.

Participatiemix in een matrix

Tot slot

We bundelden in dit artikel een aantal handvatten om in je eigen werk participatie te gebruiken. Puzzel, mix & match wat voor jou en jouw projecten werkt. Onthoud tegelijkertijd dat beleidsparticipatie gaat over betrokkenheid bij beleidsthema’s en dat die betrokkenheid van burgers lang niet altijd vorm krijgt via een formeel proces. Burgers en gebruikers zijn betrokken bij hun leef- en woonomgeving en geven daar sowieso mee vorm aan, binnen of buiten vastgelegde processen of procedures. Durf dus af en toe gewoon de straat op te gaan: volg de stroom, kijk, luister, voel en ontdek de ervaringen van gebruikers en van bewoners, jong én oud. 

Deel deze post