Dit artikel maakt deel uit van Notenkraker#2, een publicatie van Netwerk Duurzame Mobiliteit over mobiliteit en participatie.
Netwerk Duurzame Mobiliteit organiseert in de Vervoerregio Vlaamse Ardennen het Leaderproject Mobimaatwerkers, dat inspeelt op mobiliteitsuitdagingen op het platteland. Het project omvat een overkoepelend traject dat zoekt naar oplossingen voor participatie op het vervoerregioniveau en meerdere lokale trajecten: in Oosterzele over functionele fietsroutes en in Herzele over schoolfietsroutes. Matthias Vermael is co-coördinator van Netwerk Duurzame Mobiliteit en gaat in gesprek met Filip Michiels en Evi Baeyens, de schepenen van Mobiliteit van beide gemeenten. |
Het is voor beiden jullie eerste mandaat als schepen van Mobiliteit. Hoe is de rit tot hiertoe geweest?
Evi: Voor mij is het mijn eerste politieke mandaat. Veel ervaring had ik dus nog niet. Iedereen heeft een mening over mobiliteit. Ik ben verrast door de complexiteit van het thema. Het oplossen van bepaalde knopen is een langzaam proces. Elk straatje, elk pleintje is een verhaal van voors en tegens. Je kan niet voor iedereen goed doen. Voor ik het mandaat opnam dacht ik zelf soms ook dat de oplossing eenvoudig was, maar als je de dossiers in de diepte leert kennen blijkt dat toch dikwijls anders te zijn. Ik vind het heel boeiende materie en heb al zeer veel bijgeleerd.
Filip: Voor mij was het thema net iets minder nieuw na achttien jaar in de oppositie en twee jaar op het kabinet van een Vlaamse minister van Mobiliteit. Wat helpt is dat ik ook Openbare Werken als bevoegdheid heb. Dat zorgt ervoor dat we dikwijls snel kunnen schakelen, al zijn er ook moeilijke dossiers uiteraard. Geplande infrastructuur- en rioleringswerken creëren opportuniteiten om rond actieve weggebruikers dingen te ondernemen: aanleg van fietspaden, een tragewegenbeleidskader, een voetpadenbeleidsplan, ... We werken ook heel goed en constructief samen in het college.
Filip, je bent ook Schepen van Participatie, toch wel uitzonderlijk om dat in de titel van een schepen van een landelijke gemeente te zien staan.
Filip: Klopt. Participatie brengt de burger dichter bij het publiek en bouwt bruggen tussen de politiek en de burgers en tussen burgers onderling. De soms wel negatieve Facebookcultuur verdwijnt als er ruimte is voor echte dialoog in een fysiek gesprek. Nieuw in Oosterzele is dat we met testopstellingen werken. Op Facebook staan mensen soms snel op hun achterste poten. Zaak is om dan rustig te blijven. Dat is het moment waarop we participatief moeten werken, uitleg geven en op die manier draagvlak krijgen. Het is bovendien niet erg dat mensen zich al eens kwaad maken. Dat hoort bij politiek en toont de betrokkenheid van mensen.
Evi: Als schepen probeer je mensen te helpen, maar ze ervaren dat niet altijd zo. Je wordt toch snel gezien als ‘de politieker’. We moeten inderdaad in gesprek gaan: langsgaan of ze bellen. Mailen is niet altijd de beste manier om in een wij-zij-verhaal tot een oplossing te komen. Bij echte gesprekken wordt die wij-zij-tegenstelling kleiner.
Filip: We zijn onlangs gestart met informatie- en luistersessies over ons meerjarenplan. Interessant is dat heel veel vragen over mobiliteit gaan. Mensen liggen er duidelijk van wakker. Als we op zo’n gespreksavond uitleggen waarom bepaalde zaken niet kunnen, dan krijgen we soms heel interessante reacties van burgers: “Ah, nu begrijpen we het”. Die uitleg is erg belangrijk.
Evi: In Herzele hebben we goed functionerende dorpsraden waarin belangrijke figuren uit die dorpen een rol opnemen. Mobiliteit is vaak een heet hangijzer. Als schepen gaan we dikwijls langs om uitleg te geven. Op dat moment merk je ook het belang van die dorpsraden. Als die centrale figuren in het dorp zaken goed begrijpen omdat wij ze goed uitleggen, dan gaan die op hun beurt aan de andere inwoners uitleg geven. Zo creëren we draagvlak.
Filip: Op dezelfde manier werken wij goed samen met onze adviesraden, waaronder de pas opgerichte Adviesraad Mobiliteit en Openbare Werken (zie goede praktijkencatalogus). Het is belangrijk om vroeg genoeg in dialoog te gaan met die adviesraad, zodat we ook die ideeën kunnen meenemen. We brengen ook de verschillende adviesraden met elkaar samen zodat ook zij niet enkel binnen de muren van hun eigen beleidsdomein kijken, maar ook dat breder kader begrijpen waarin we besturen.
Jullie onderstrepen beiden het belang van communicatie. Hoe informeren jullie burgers? De klassiekers website en het gemeenteblad kennen we. Ook sociale media en Hoplr zijn in veel gemeenten al kanalen. Hebben jullie ook andere tips?
Evi: Ook wij werken met proefopstelling. Gekoppeld daaraan gebruiken we ons digitaal participatieplatform ‘Denk eens H’, waarbij we mensen achteraf bevragen over testopstellingen die er zijn geweest. In ons infozine ‘HZ’ willen we graag ook een wist-je-dat-rubriek invoeren rond mobiliteit: over belijning, over parkeerbeleid, … Op die manier geven we uitleg aan burgers over bepaalde keuzes.
Filip: Wij zijn momenteel bezig met info- en luistersessies in alle deelgemeenten. We geven uitleg over ons meerjarenplan en we verzamelen ook feedback van bewoners. We hopen deze legislatuur die inspanning duurzaam te verankeren als een echte participatiecultuur. Met infoavonden bereik je uiteraard wel vaak de usual suspects die tijd en energie hebben voor dergelijke momenten, maar er komen ook mensen opdagen die we nooit eerder zagen.
Je hebt het over usual suspects, dat betekent impliciet dat er ook een groep is die minder makkelijk wordt bereikt. Hoe pakken jullie dat aan?
Filip: Wij overwegen ook om met wijkraden te werken in de kleinere deelgemeenten waar het dorpsgevoel nog altijd zeer groot is. Naast de thematische participatie zouden we op die manier ook meer gebiedsgebonden input kunnen verzamelen, heel dicht bij de mensen. Ook de digitale kanalen bieden op dat vlak mogelijkheden. Een drempel is dat we nog geen ambtenaar hebben die specifiek de opdracht heeft om het participatiebeleid vorm te geven. Samen met één van onze ambtenaren met kennis over participatie ben ik aan het pionieren: zelf een opleiding volgen, samen met de adviesraden ook de participatie zelf participatief organiseren, …
Evi, in Herzele hebben we met Mobimaatwerkers kinderen uit het zesde leerjaar actief betrokken. Niet de meest evidente doelgroep voor participatie. Mijn collega’s vertelden dat je heel erg verrast was over de input die vanuit die kinderen kwam.
Evi: Inderdaad. Ik vind die kinderen hun visie frappant. Ze legden heel veel heikele kwesties op tafel, tot zelfs het vrachtverkeer. Dat kinderen in de klas daar de tijd voor krijgen is belangrijk en heeft tot veel resultaat geleid. Die kinderen hebben op hun leeftijd exact de vinger op de wonde gelegd. Ik was ook verrast dat je met participatie al op zo een jonge leeftijd zoveel interessante en bruikbare input kan verzamelen. De kaart met knelpunten die jullie vanuit die participatie hebben opgeleverd is heel accuraat. Voor elk knelpunt dat de kinderen oplijsten, heb ik wel een mail in mijn inbox.
Filip: Wij proberen via de kinderen op school ook de ouders wat op te voeden als het over parkeren gaat. Sommige mensen zouden met de auto tot in de klas rijden om hun kind af te zetten. Als de kinderen zelf aan hun ouders zeggen wat mag en niet mag, heeft dat dikwijls meer impact dan wanneer wij dat als lokaal bestuur proberen te doen. Kinderen zijn de beste ambassadeurs voor verkeersveiligheid!
(lees verder onder de kaart van Herzele)

Deze kaart is ontwikkeld binnen het LEADER-project MobiMaatwerkers, georganiseerd door Netwerk Duurzame Mobiliteit samen met de gemeente Herzele.
Ze is het resultaat van participatie- en co-creatiesessies met leerlingen uit het 6e leerjaar en het 1e middelbaar in de Herzeelse scholen, aangevuld met een online bevraging bij hun ouders. Zo kregen kinderen, jongeren en ouders de kans om actief mee te denken en hun stem te laten horen bij het in kaart brengen van veilige, functionele en groene routes naar scholen, hobby’s en andere bestemmingen.
Filip, tijdens onze samenwerking in Oosterzele was ik zelf onder de indruk van uw kennis over bepaalde kwesties. Gesprekken van schepenen met inwoners zijn duidelijk ook wel een belangrijke vorm van participatie.
Filip: Achttien jaar in de lokale politiek en nog langer in het lokale verenigingsleven zorgt er natuurlijk voor dat je de gemeente goed kent. Onderschat ook niet de impact van een verkiezingscampagne waarbij je van deur tot deur in gesprek gaat met de mensen. Ik vind dat ook plezant. Nog een tip voor collega-schepenen: gebruik de fiets! Het is makkelijk en je geeft het goede voorbeeld op het vlak van respect in alle richtingen tussen weggebruikers. Je ziet de dingen ook beter omdat je traag onderweg bent. Op die manier leer je ook om bepaalde signalen van burgers te begrijpen en om zaken en belangen goed tegen elkaar af te wegen.
Zijn er nog zaken die wij met Mobimaatwerkers hebben georganiseerd die jullie een grote meerwaarde vinden voor de gemeente?
Evi: Ik was verrast door de positieve samenwerking die er was met de ouderraad. Ik hield mijn hart wat vast voor de sessie, omdat dat wel een kritisch publiek is. Maar die ouderraad was echt wel mee in het verhaal. Dat traject heeft veel opgeleverd voor ons. Een degelijke schoolroutekaart is echt iets waar we als gemeente op zitten te wachten. De kaart kan nieuwe en veel veiligere routes opleveren en zal misschien het gebruik van routes wat kunnen veranderen. Ik begin te geloven dat we er door dit initiatief echt in zullen slagen om bepaalde veelgebruikte schoolroutes te verleggen naar een veiliger alternatief.
Filip: Die routekaarten zijn inderdaad heel interessant. Ze zouden eigenlijk deel moeten uitmaken van elk communicatiepakket van een gemeente. Dergelijke zaken helpen ook om die 50/50 modalshiftdoelstelling te realiseren. Het kan ook een heel overtuigend instrument zijn om de twijfelaars over de streep te halen. De cijfers in Vlaanderen voor fietsgebruik zitten nu al in de lift. Dit zijn extra stimulansen die ons als bestuur ondersteunen om de inwoners te motiveren.
Voor Netwerk Duurzame Mobiliteit mocht ik zelf werken aan de fietsroutes in Oosterzele. De samenwerking met de lokale Fietsersbond vond ik daarbij heel interessant. De lokale afdeling was aanwezig met meerdere mensen op de sessie die we organiseerden. De methodiek zorgde er ook voor dat we heel constructief en positief samen naar oplossingen toewerkten.
Filip: Transparantie en samenwerking zijn sleutelwoorden. We zijn inderdaad met de Fietsersbond een goede samenwerking aan het opbouwen. Het is heel belangrijk om daarbij als bestuur eerlijk en open te zijn over onze plannen. Een anekdote: vorig jaar stonden we nog op vijftig meter van elkaar te applaudisseren voor fietsers op de nationale applausdag. Dit jaar hebben we dat samen gedaan. De wij-zij samenstelling moeten we overstijgen. Onze nieuwe adviesraad, waarin ook de Fietsersbond zetelt, helpt ook. De adviesraad is daarbij niet enkel een doorgeefluik. Het werkt in twee richtingen.
Evi: Wij werken aan de oprichting van een commissie in de schoot van de gemeenteraad. Ook die stem van mensen ernstig nemen is belangrijk. Een andere vaardigheid die belangrijk is, is goed luisteren. Als mensen zich gehoord voelen, zullen ze ook meer begrip en betrokkenheid tonen.
Met Netwerk Duurzame Mobiliteit willen we op het niveau van de vervoerregio een participatiecultuur en participatie-instrumenten en -oplossingen creëren. Samen met de intercommunale SOLVA werken we aan een rapport over stakeholderbetrokkenheid in de vervoerregiowerking. Wat kan de vervoerregio specifiek voor jullie betekenen rond dit thema? Helpen met participatie?
Filip: Het moeilijke zal zijn om de juiste stakeholders te vinden om op dat niveau tussen het lokale en het Vlaamse niveau te werken. Wat wij echt kunnen gebruiken zijn bruikbare kaders en draaiboeken om bepaalde concrete cases participatief uit te rollen. Gelijkaardige cases komen in elke gemeente voortdurend terug, maar elke gemeente heeft tegelijk een eigenheid. Modellen om daarbij burgers te betrekken zouden kunnen helpen. We merken dat bij bepaalde studiebureaus en aanleggers van nutsvoorzieningen participatie niet top-of-mind is. De vervoerregio zou ons heel hard kunnen helpen om die bovenlokale partners te sensibiliseren en om de participatie samen met hen goed aan te pakken. Belangrijk om te weten is dat je niet over alles participatie kan organiseren. Als er een riool moet aangelegd worden, dan is dat een feit. Je kan daar niet de mening van de bewoners over vragen. Dan moeten wij de beslissing nemen en die uitleggen.
Evi: De ondersteuning zou ook in functie van onze vertegenwoordiging in de vervoerregioraad kunnen staan. De vervoerregio zou bijvoorbeeld kunnen helpen om een bepaalde participatieruimte af te bakenen. Schepenen en ambtenaren willen soms te veel hun best doen om mensen tegemoet te komen. Soms moet je inderdaad als politicus een keuze maken. Niet eenvoudig om daar evenwicht in te vinden. De vervoerregio kan helpen om dat kader te creëren waarin wel of geen ruimte voor participatie mogelijk is. Onze ambtenaren staan ook heel dicht bij de burger. Dat is een grote kwaliteit, maar tegelijk ook een gevaar voor hen omdat zij samen met ons de wind vangen. Neem bijvoorbeeld de hervormingen bij De Lijn nu. Het zijn onze ambtenaren en wij die de kwade burgers te woord moeten staan. Er ligt misschien een opdracht bij de vervoerregio om dat proces goed te begeleiden.
Filip: Misschien moeten ze het kapblok met de bijl klaarzetten voor als wij hun beslissingen moeten gaan uitleggen (hilariteit). Terug ernstig: een afstemming van ideeën tussen gemeenten onderling kan ook interessant zijn: keuzes op het vlak van weginrichting, wat streven naar eenheid … Uiteraard zonder onze eigenheid als gemeente te verliezen.
Een laatste vraag: als jullie over participatie en mobiliteit mogen dromen, welke droom is tegen 2030 uitgekomen?”
Filip: Als we tegen het einde van de legislatuur 70 à 75 procent van de burgers onmiddellijk mee hebben in ons verhaal, dan zal ik heel blij zijn. Ik hoop dat het vaak en structureel organiseren van participatie de kloof met de burger kan verkleinen. Het zou natuurlijk wel kunnen dat we als politici altijd een vertekend beeld hebben van de publieke opinie omdat we vooral de klachten op ons bord krijgen. Misschien is het draagvlak nu soms al groter dan we denken. Al moet ik toegeven dat ik meer en meer positieve signalen krijg via privéberichten en dat op Facebook af en toe medestanders van zich laten horen wanneer er weer eens met modder wordt gegooid. Dat doet soms echt deugd.”
Evi: Ik heb eigenlijk een gelijkaardig antwoord. Het zou mooi zijn als mensen het bredere plaatje zien en begrijpen dat alles gebeurt in het algemeen belang. Hopelijk kunnen we tegen het einde van de legislatuur zeggen dat het begrip daarvoor vergroot is.
Filip: En ik hoop ook dat 90 procent van de fietsinfrastructuur bij ons dan gerealiseerd is. Als onze plannen lukken, dan ligt er aan het einde van de legislatuur 16 kilometer extra fietspaden op ons grondgebied.
