Column: Het mirakel van de 300

20.01.2020

Het is eerder zeldzaam dat ik het volledig eens ben met voormalig Minister van Mobiliteit Ben Weyts. Als hij het heeft over ‘de schande van de 300’, waarmee hij verwijst naar de 300 verkeersdoden die elk jaar in Vlaanderen te betreuren vallen, dan volg ik wel helemaal. Of toch bijna.

Vervolgens wordt geclaimd dat het ‘laaghangend fruit’ geplukt is, de ‘quick wins’ zijn uitgeput en eensklaps ben ik het minder volmondig eens. Plots kom je terecht in een moeilijk verhaal vol plotwendingen waarin uiteenlopende belangen met elkaar verzoend moeten worden. Verkeersveiligheid kost geld (fietstunnels), beperkt de vrijheid (trajectcontroles) en is nefast voor de doorstroming (conflictvrije lichtenregeling) … Zo nu en dan durf je zelfs al eens iets te opperen, zoals Intelligente SnelheidsAanpassing of Rijbewijs Op Punten, maar dat zijn topics die in hetzelfde magische rijk als de eenhoorn thuishoren en ze worden dan ook op ongeloof en hoongelach onthaald.

De experts snoeren je vervolgens de mond met de 3, 4, 5 en nu ook al 6 E’s (voor de volledigheid: Engineering, Enforcement, Education, Engagement, Evaluation en Equity). Is het dan allemaal zo complex?

Volgens mij niet. Je moet maar even op straat rondwandelen en je ziet het meteen. Geen tientallen keren maar honderden keren per dag: voetganger door het rood, fietser tegenrichting op een gemarkeerd fietspad, een automobilist die ter hoogte van een zebrapad nog snel even inhaalt, een vrachtwagen die op het zebrapad staat te wachten tot de winkel opengaat waar hij moet lossen, ... Meestal gebeurt er helemaal niets, maar soms scheelt het maar een haar. Near misses noemen die experts dat dan. Iets minder geluk en er gebeurt een ongeluk … Meestal met stoffelijke schade, heel wat zeldzamer zijn de ongevallen met lichtgewonden en uitzonderlijk een of meer zwaargewonden. Elke dag zijn er geen duizenden maar miljoenen van die near misses waar het maar net goed afloopt.

Dan zijn er nog de killers die in het verkeer zelfs maatschappelijk aanvaard zijn, want iedereen bezondigt zich eraan, van burgemeester tot voetballer. Te snel rijden (vooral in een zone 30, want dat is natuurlijk hemeltergend traag), rijden met een glaasje (of 2,3,4 …) op en niet handenvrij bellen of texten. Iedereen doet het, waarom zou ik dan niet mogen? Sterker nog we maken er een volkssport van de locaties van flitsers of alcoholcontroles door te texten via social media.

Om die redenen zou ik liever niet spreken van de schande van de 300, maar het mirakel van de 300.

Mirakel van de 300

Het schoentje wringt bij onze waardering voor een mensenleven in het verkeer, zelfs voor het eigen leven. Die ligt veel lager dan bij andere doodsoorzaken. Dat zie je aan de wereldwijde aandacht voor het aantal doden die jaarlijks veroorzaakt worden door terreur (30.000) ten opzichte van verkeer (1.340.000). Dagelijks slikken we vitaminen en gaan we sporten voor onze gezondheid, maar een glaasje drinken vooraleer we gaan rijden en onderweg berichtjes verzenden, dat vinden we de normaalste zaak ter wereld (en sterker nog: we geven we het grif toe).

We wandelen, fietsen, rijden door onze straten alsof we Spartanen zijn die een pas in het oude Griekenland verdedigen en onze medeweggebruikers zijn de vermaledijde Perzen. De vijand die onze vrijheid bedreigt en in de weg van onze vlekkeloze verplaatsing staat. Onze hedendaagse 300 zijn dan ook maar collateral damage, een neveneffect van onze levensstijl, van onze drang naar mobiliteit. En dat dringt pas door wanneer je zelf of een van je naasten die 300 (bijna) vervoegt.

De volgende keer dat ik ternauwerdood de categorie near misses haal zal ik het uitschreeuwen: “Dit is Spartaaaa!”

 

Naschrijfsel: ergens in de column staat "Iets minder geluk en er gebeurt een ongeluk". Dat is natuurlijk heel cynisch, maar geeft ook aan dat 'ongeluk' een totaal foute term is die we beter niet meer gebruiken. Ik volg dan ook de oproep van heel wat mobiliteitsexperten om de term 'aanrijding' te gebruiken en niet langer het vergoelijkende 'ongeluk'.

 

Deze column verscheen eerst in Verkeersspecialist 261 van november 2019.

Image by Dejan Krivokapic from Pixabay