Het mobiliteitsbudget gaat van start in maart 2019. Wat houdt het in?

14.03.2019

De Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers keurde op 28 februari het wetsontwerp tot invoering van het mobiliteitsbudget goed. Meteen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad in maart 2019 treedt het mobiliteitsbudget in werking.

Het mobiliteitsbudget stimuleert gebruikers van een bedrijfswagen om zich op een duurzamere manier te verplaatsen en maakt het mogelijk om verschillende verplaatsingsoplossingen te combineren.

Bedrijven kunnen met het mobiliteitsbudget werknemers met een bedrijfswagen (of werknemers die in aanmerking komen voor een bedrijfswagen) een mobiliteitsoplossing op maat aanbieden. Het mobiliteitsbudget is op milieuvriendelijkere keuzes gebaseerd, waarbij de werknemer kan kiezen tussen verschillende mobiliteitsvormen.

We zetten op een rij wat het mobiliteitsbudget precies inhoudt voor werkgevers en werknemers, en wat volgens ons de voornaamste kritiekpunten zijn.
 

Op 1 april 2019 lanceerde de federale overheid de website www.mobiliteitsbudget.be die alle informatie bundelt.

 

Much ado …

Met het mobiliteitsbudget hoopt de federale regering verschillende doelstellingen te realiseren: het fileleed verzachten (minder bedrijfswagens in de spits), een betere work-life-balance voor werknemers (want soms is de fiets leuker en sneller dan de bedrijfswagen) en de mogelijkheid voor bedrijven zichzelf een beter imago te bezorgen (want je doet iets voor het klimaat).

Het mobiliteitsbudget zoals nu is voorgesteld is budgetneutraal voor de individuele werkgever: het heeft geen impact op de loonkosten voor de werkgever, het is in theorie budgetneutraal voor de individuele werknemer (tenzij geopteerd wordt voor pijler 3 – zie verder). De budgetneutraliteit voor de overheid is behouden. Vraag is natuurlijk of een budgetneutraal systeem zal leiden tot een echte verandering.
 

Het mobiliteitsbudget steunt op 3 pijlers

Mobiliteitsbudget

Afbeelding: FOD Mobiliteit en Vervoer

Pijler 1

Met het mobiliteitsbudget kan de werknemer een minstens even ‘milieuvriendelijke’ (niet onze woorden, wel die van de wetgever: milieuvriendelijke auto’s bestaan uiteraard niet) bedrijfswagen (auto met minder CO2-uitstoot, elektrische auto...) financieren.

De sociale en fiscale regels zijn dezelfde als bij een klassieke bedrijfswagen. Een nieuwe bedrijfswagen mag niet meer dan 105 gram CO2 per kilometer uitstoten (vanaf 2020 nog maar 100 gram en vanaf 2021 nog 95 gram). De nieuwe wagen mag niet meer kosten dan de huidige (en bijgevolg is een overstap naar een elektrische auto vaak niet mogelijk).

Pijler 2

De werknemer kan het saldo gebruiken om duurzamere verplaatsingsmodi te financieren:

  • zachte mobiliteit (fiets of speed pedelec, maar ook step, segway, monowheel ...)
  • openbaar vervoer
  • collectief vervoer georganiseerd door werkgever, dat kan bijvoorbeeld een kantoorbus zijn
  • deelauto’s, carpooling
  • mobiliteitsdiensten die een combinatie zijn van de duurzame vervoermiddelen hierboven opgesomd
  • het is ook mogelijk om de kosten van huisvesting (huur en hypotheekrente) dicht (straal van 5 km) bij de gebruikelijke werkplek te financieren

Deze uitgaven zijn volledig vrijgesteld van sociale bijdragen en belastingen.
De werkgever kiest welke modi in pijler 2 aangeboden worden.

Pijler 3

Het gedeelte dat niet door de werknemer wordt gebruikt, wordt hem eenmaal per jaar uitbetaald. Dit saldo is vrijgesteld van belastingen, maar wel onderworpen aan een bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 38,07% (volledig ten koste van de werknemer).
 

Vrijheid, blijheid?

De invoering van een mobiliteitsbudget gaat uit van een dubbele keuzevrijheid. De werkgever beslist of en aan wie hij een mobiliteitsbudget aanbiedt. De werknemer beslist om al dan niet op dit aanbod in te gaan.

Vooraleer het budget toegekend kan worden moeten zowel werkgever als werknemer aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • Als werkgever moet je op het moment dat de maatregel wordt ingevoerd al minstens 3 jaar ononderbroken bedrijfswagens aanbieden.
  • De werknemer moet bij de huidige werkgever op het moment van de aanvraag minstens 3 maanden ononderbroken over een bedrijfswagen beschikken of daarvoor in aanmerking komen en tijdens de 3 jaar voorafgaand aan de aanvraag minstens 1 jaar over een bedrijfswagen beschikken of beschikt hebben of daarvoor in aanmerking komen of gekomen zijn.

Deze minimumtermijnen gelden niet bij aanwerving of wanneer een medewerker gepromoveerd werd of van functie veranderde voor deze wet in werking trad.
 

Hoe groot is mijn mobiliteitsbudget?

Het mobiliteitsbudget bedraagt de jaarlijkse brutokosten die de werkgever voor de huidige bedrijfswagen betaalt. Dat is dus niet alleen de bedrijfswagen zelf, maar ook de financieringskosten, brandstofkosten, verzekeringspolis, CO2-bijdrage, niet-aftrekbare btw ... Met andere woorden: de total cost of ownership.


En wat met cash for cars of de mobiliteitsvergoeding?

Naast het mobiliteitsbudget bestaat ook de mobiliteitsvergoeding, ook gekend als ‘cash for car’. Hoewel beide systemen op elkaar lijken, zijn er toch belangrijke verschillen. Zo vervangt de mobiliteitsvergoeding bedrijfswagens door cash, terwijl de bedrijfswagen bij het mobiliteitsbudget een mogelijk vervoersmiddel blijft. De mobiliteitsvergoeding bleek alvast niet populair, gezien de waarde van het cash gedeelte niet overeenkomt met de waarde die werknemers aan een bedrijfswagen hechten. Amper 0,065 % van de bedrijfswagens werd ingeruild voor cash.
 

Een paar punten van kritiek

Fundamenteel verandert er niets aan het instrument bedrijfswagen, maar wordt er naast de mobiliteitsvergoeding (of cash for car) een tweede 'koterij' bij aangebouwd, het mobiliteitsbudget. Dat maakt het voorspellen van een nettoloon een stuk moeilijker, zowel voor werknemer als voor de werkgever.

Het mobiliteitsbudget blijft beperkt tot werknemers die vandaag een bedrijfswagen krijgen en heeft dus geen impact op 90% van de werknemers die zonder bedrijfswagen naar het werk gaan.

Het mobiliteitsbudget heeft als doelstelling tot een gedragsverandering te leiden. Toch kun je de vraag stellen of een budgetneutraal systeem dit effect zal hebben. Het mobiliteitsbudget komt in elk geval niet tegemoet aan de opmerkingen van OESO en Europese Commissie dat we ons woon-werkverkeer te zwaar subsidiëren.

Een ander knelpunt is de afstemming tussen beleidsniveaus. Wagens van particulieren vallen sinds de 6e staatshervorming onder een Vlaamse fiscaliteit (verkeersbelasting en belasting op inverkeerstelling), terwijl bedrijfswagens federaal bleven. Een zelfde auto wordt dus op een andere manier belast. Dat maakt een gerichte sturing uiteraard moeilijker.

Dat het mobiliteitsbudget tot duurzamere mobiliteit kan leiden staat buiten kijf. Maar zowel werkgever als werknemer moeten er achter staan. En dan nog: het mobiliteitsbudget is geen sturend instrument dat duurzame mobiliteit aanmoedigt (want je kunt nooit meer krijgen dan de waarde van je bedrijfswagen) of vervuilend gedrag (veel kilometers rijden met de bedrijfswagen) ontmoedigt. Zo verandert het mobiliteitsbudget niets aan het gebruik van de tankkaart.

 

 

Meer informatie:

https://mobiliteitsbudget.be

https://mobilit.belgium.be/nl/nieuws/nieuwsberichten/2019/het_mobiliteitsbudget_voor_een_duurzamere_mobiliteit

https://www.sdworx.be/nl-be/blog/verlonen/het-mobiliteitsbudget-de-spelregels-op-een-rij

https://www.voka.be/nieuws/het-mobiliteitsbudget-15-vragen-en-antwoorden