Overslaan naar inhoud

Het participatiecontinuüm voor ruimte- en mobiliteitsbeleid

6 juli 2026 door
Het participatiecontinuüm voor ruimte- en mobiliteitsbeleid
Netwerk Duurzame Mobiliteit, Fien De Smet

Dit artikel maakt deel uit van Notenkraker#2, een publicatie van Netwerk Duurzame Mobiliteit over mobiliteit en participatie.

Vraag hier de volledige publicatie aan 

Burgerparticipatie kan op veel verschillende manieren georganiseerd worden: van de burger informeren tot als burger het heft in eigen handen nemen en elke vorm van samenwerking daartussenin. Wat is wanneer een goed idee? En hoe ziet 'bevragen' of 'ruimte maken' er dan uit? We nemen je mee doorheen het participatiecontinuüm* als handvat om je eigen participatietraject vorm te geven bij veranderingen in mobiliteits- en ruimtebeleid.

Lees het continuüm als vijf participatievormen die naast elkaar staan. Het kent geen hiërarchie, de ene participatievorm is dus niet beter dan de ander. Soms is het de juiste keuze om burgers louter te informeren over veranderingen, of om concreet af te bakenen waar wel of geen inspraak rond mogelijk is. Soms is het nodig om als bestuur volledig los te laten en de invulling van bijvoorbeeld een straatfeest aan de inwoners van de straat te laten. 

Het continuüm is geen stappenplan. Elke fase van een participatietraject kan er anders uit zien waarbij de verschillende vormen door elkaar lopen. Wanneer je aan het begin van een traject in kaart wilt brengen wat de noden zijn in een wijk, kan je die bevragen of observeren maar kan je de buurtbewoners ook de vrijheid geven om een plek tijdelijk zelf in te vullen (ruimte maken). En aan het einde van het traject kan het een goede keuze zijn om burgers te informeren over de uitkomst en om hen te bevragen over enkele laatste inrichtingskeuzes bij een infrastructuuringreep. 

De keuze van participatievorm hangt ook sterk af van wie je wilt bereiken. Niet iedereen kan of wil aanwezig zijn op een infoavond. De één wil bijdragen aan hun buurt door te doen, de ander door af en toe mee te denken. Zorg voor een differentiatie aan vormen om zoveel mogelijk perspectieven in beeld te krijgen.

De vijf vormen op het participatiecontinuüm

Informeren

Informeren is de enige participatievorm die in elke fase van het traject aanwezig moet zijn. Zonder voldoende informatie is er geen vertrouwen en niet voldoende kennis om te (willen) participeren aan beleid.
Burgers informeren over mobiliteit en eventuele veranderingen kan veel vormen aannemen: Infoavonden over de voortgang van een infrastructuurproject, plannen die tonen hoe een plek er in de toekomst zal uitzien, maar ook bijvoorbeeld campagnes die gesprekken aanwakkeren over verplaatsingsgedrag (ontkieming) of mobiliteitsexperten die op infomomenten een spoedcursus geven over technische materie (opleiding).

  • Common Ground organiseerde tijdens een complex project verschillende webinars waarbij moeilijke materie (zoals verkeersmodellen en MER) laagdrempelig worden uitgelegd. Burgers krijgen zo een stevige basis om eerlijk te kunnen deelnemen aan denktafels.
  • De Verhalenkaravaan van STR.AAT laat kinderen en ouderen aan elkaar over hun zelfde straat vertellen om zo hun perspectief te verruimen over wie wat belangrijk vindt.
  • OVK brengt getuigenissen van slachtoffers uit het verkeer. Ze sensibiliseren 
  • Wegspotters zijn vrijwilligers die een deel van het trage wegennetwerk in hun buurt beheren. Ze controleren stelselmatig de toestand van de wegen en melden eventuele problemen aan de gemeente. De gemeente verbindt zich ertoe de vrijwilliger te informeren over hoe hun melding behandeld wordt, uit respect voor hun bijdrage. 

Bevragen

Om te weten te komen wat de noden en bezorgdheden zijn van burgers, kan je in gesprek gaan met burgers. Maar je kan ook een terreinonderzoek doen waar je het gebruik observeert. Gebruik maken van de publieke ruimte is ook participeren, burgers tonen (bewust of onbewust) via hun gedrag hoe ze een plek ervaren. Dat in kaart brengen is een belangrijk onderdeel van een participatietraject bij infrastructuuringrepen. Observaties zijn bovendien een controlemechanisme op de uitkomst van bevragingen op bijvoorbeeld een participatieavond. Ze kunnen elkaar aanvullen waarbij gesprekken het 'waarom' van de observaties verduidelijken. Maar ze kunnen elkaar ook tegenspreken wanneer je bijvoorbeeld tijdens een participatie-avond slechts een eenzijdig perspectief hebt kunnen betrekken.

  • Tijdens het project Van Vraagvlak naar Draagvlak van Leiedal installeerden zich in de wijk met een 3D-kaart en koffie om het gesprek met buurtbewoners over mogelijke veranderingen aan te gaan.
  • Telraam is een apparaat aan het raam van burgers die het verkeer in de straat telt. Burgeronderzoek zoals Telraam verhoogt de betrokkenheid en het inzicht van burgers. 
  • Het project Hoppinstappers vroeg via de Citizen Dialog Kit aan busgebruikers wat hun ervaring is. Het draadloze scherm verzamelde gedurende enkele weken input van meer dan 100 passanten.
  • 'Welke weg mag weg' is een burgerbevraging van o.a. ons lid Breekijzer vzw. Mensen over heel Vlaanderen konden een weg nomineren die zij vonden dat overbodig is of op zijn minst versmald kan worden. Die signalen werden overgemaakt aan de desbetreffende steden en gemeenten die nu aan zet zijn om te ontharden waar het kan.
  • 'Veilig over' is een burgerbevraging georganiseerd door OVK-SAVE. Steden en gemeenten roepen burgers op om online te tonen waar zij een veiligere oversteekplek verwachten. Mensen tekenen een fictief zebrapad op een plek waar zij het nodig vinden.

Inspraak geven

In sommige participatieprojecten worden burgers betrokken in het beslissingsproces door plannen voor te leggen en hen om advies te vragen of hen mee te laten beslissen door bijvoorbeeld een stemming. 
Burgers laten stemmen is enkel relevant wanneer 
1) ze voldoende op de hoogte zijn van mogelijke gevolgen van de beslissing
2) burgers enkel kunnen kiezen uit realistisch uitvoerbare opties
3) het te beslissen onderwerp relevant genoeg is voor burgers om een weloverwogen stem uit te brengen
4) je kan beloven dat de gestemde keuze wordt uitgevoerd
5) je kan garanderen dat er een voldoende groot en representatief aantal burgers zullen stemmen (bijvoorbeeld door een uitgeloot burgerpanel).

In de meeste gevallen is het meer aangewezen om (herhaaldelijk en aan verschillende groepen) plannen/ideeën voor te leggen en hen om advies te vragen om de plannen nadien te herwerken en als lokaal bestuur op basis van deze input een weloverwogen beslissing te maken. Adviesraden zijn daarbij een structurele manier om inspraak te geven aan burgers.

  • Bij het complex project Ontknoping Mechelen werd een diverse werkgroep samengesteld, met experten én burgers (die vooraf opgeleid werden, zie hierboven). De werkgroep kwam geregeld samen om advies te geven op de voorgelegen plannen, die na elke sessie werden aangepast.
  • De adviesraad mobiliteit in Oosterzele werd recent opnieuw opgericht met als eerste taak de herinrichting van de dorpskern van Landkouter. De adviesraad zorgde mee voor een gedragen plan dat ondanks de uitgebreide veranderingen op steun van de buurt kan rekenen.
  • Mobiel 21 testte hun nieuwe gezelschapsspel StraatPraat in het buurtcentrum De Keeting. Door de feedback van de aanwezige buurtbewoners werd het spel grondig hervormd. Het spel is nu een laagdrempelige manier om te vertellen over je mobiliteitservaringen en om die verhalen te documenteren voor lokaal en bovenlokaal beleid.

Co-creëren

Co-creatie is burgers de kans geven om niet enkel mee te denken, maar ook mee te doen. Zo kunnen ze deel uitmaken van het ontwerpteam en het plan mee uittekenen (plan), of komen ze samen om een stuk openbare ruimte in te richten door bijvoorbeeld bomen te planten en een speelparcours te timmeren (uitvoering). Als bestuur geef je dan een deel van het project uit handen.


  • Stad Leuven organiseerde voor de heraanleg van de Constantin Meunierstraat tien buurtateliers: ambities evolueerden naar ontwerpplannen, testopstellingen en uiteindelijk een definitief plan. Bijvoorbeeld hoeveel parkeerplaatsen er mochten overblijven in de straat was een duidelijke beslissing van de stad, waar die dan zouden komen werd uitgedacht en getest in de buurtateliers. 
  • In het Europees project 'Rewild The City' ontharden o.a. Gentenaren hun buurt samen met GMF en andere partners. Door hen mee te nemen in alle stappen van het proces (van plan, over afbraak tot vergroening) wordt voor het onderzoek duidelijker welke drempels er leven in een stad om massaal te ontharden. 
  • Wegspotters zijn vrijwilligers die een deel van het trage wegennetwerk in hun buurt beheren. Ze controleren stelselmatig de toestand van de wegen en melden eventuele problemen aan de gemeente. Ze zijn mede-eigenaar van hun trage buurtwegen en worden nauw betrokken bij de organisatie van de gemeente. Wanneer dat vlot gaat, schept het vertrouwen in het lokaal bestuur. 

Ruimte maken

Hier geef je als lokaal bestuur de regie aan de burgers zelf. Je faciliteert ruimte en budget voor actief burgerschap zodat zij hun eigen ideeën kunnen uitwerken en uitvoeren. Dat kan door een wijkbudget of burgerbegroting uit te reiken (budget), een leegstaand pand vrij te laten invullen (plek), verenigingen te ondersteunen … Als er geen ruimte is en burgers voelen dat er iets moet veranderen, nemen ze die ruimte hoe dan ook zelf in. Door de ruimte op tijd te faciliteren, resulteert het vaak in een win-win.

  • 'Een fiets voor iedereen' is het overkoepelende project van Fietsersbond en Netwerk Tegen Armoede die de vele lokale projecten verbindt: fietsbuddies, fietsbibs, solidaire hersteldiensten... De geëngageerde burgers achter deze initiatieven werken hard aan een buurt zonder vervoersarmoede. De lokale besturen hebben veel baat bij het faciliteren van de ruimte die deze burgers nodig hebben.
  • OpenStratenDag wordt in Stad Antwerpen georganiseerd door de burgervereniging Recht Op Lucht. Vanuit de noodzaak om ook de wijken rondom het centrum een autovrije dag te gunnen, roept Recht Op Lucht op om die dag een speelstraat aan te vragen. Dat gebeurde massaal, waardoor vanuit de burgers een autovrije zone werd opgeëist. Niet elke straat werd goedgekeurd, niet elke burger kreeg de ruimte die ze vroeg. Recht Op Lucht en het stadsbestuur werken aan een duurzame oplossing voor de leefbaarheid in Antwerpen.
  • Filter Café Filtré Atelier is een Brusselse burgerbeweging. Elk jaar vragen ze toestemming aan het stadsbestuur om een plek leefbaarder te maken door tijdelijke installaties die door architectuurstudenten samen met de buurt gebouwd worden. Ze hopen op een blijvende invulling van de reeds gerealiseerde plekken.

(*) De oorsprong van het participatiecontinuüm

Dēmos, onderdeel van Publiq, ontwikkelde het participatiecontinuüm met het oog op participatie van mensen in kwetsbare situaties in vrije tijd en vrijetijdsbeleid. Ze vertrokken vanuit de participatieladder van Sherry Arnstein (1969) (zie afbeelding) die verschillende participatievormen ordent van laag naar hoog: van informatie over inspraak tot samenwerking. Arnstein begint nog lager en neemt vormen van schijnparticipatie mee: manipulatie en decoratie. 

Dēmos besloot de ladder plat te leggen. Zo benadrukken ze dat deelnemen even waardevol is als deelhebben. Het uitgangspunt daarbij is dat niet iedereen altijd de meeste zeggenschap wil. Ook toont Dēmos met het continuüm dat het niet om een stappenplan gaat, maar om verschillende vormen die door elkaar kunnen georganiseerd worden. Dēmos breidde hun ladder bovendien uit. De originele ladder beperkt zich tot vormen van (mee)beslissen, terwijl manieren van (mee)doen ook vormen van participatie zijn. Hun participatiecontinuüm over vrijetijdsparticipatie vertaalden wij naar een participatiecontinuüm in ruimte- en mobiliteitsbeleid.

Ken of ben jij een goede praktijk die in dit lijstje zou passen? Laat gerust weten via info(at)duurzame-mobiliteit.be

Wil je graag ondersteuning of advies op maat bij de uitrol van een participatietraject? Contacteer ons!

Het participatiecontinuüm voor ruimte- en mobiliteitsbeleid
Netwerk Duurzame Mobiliteit, Fien De Smet 6 juli 2026
Deel deze post