Overslaan naar inhoud

Het participatiecontinuüm voor ruimte- en mobiliteitsbeleid

6 juli 2026 door
Het participatiecontinuüm voor ruimte- en mobiliteitsbeleid
Netwerk Duurzame Mobiliteit, Fien De Smet

Dit artikel maakt deel uit van Notenkraker#2, een publicatie van Netwerk Duurzame Mobiliteit over mobiliteit en participatie.

Vraag hier de volledige publicatie aan 

Participatie kan op veel verschillende manieren. Wanneer is participatie een goed idee en wanneer niet? En hoe ziet die er dan uit? In het artikel ‘participatie met een plan’ geven we een reeks praktische handvatten om een gedragen keuze te maken. In de Notenkraker#2 lees je ook 10 goede voorbeelden die het elk op een heel andere manier hebben aangepakt. Ze gaan van de burger informeren tot als burger het heft in eigen handen nemen en elke vorm van samenwerking daartussenin. Elke goede praktijk bevindt zich ergens op dit participatiecontinuüm. De meeste participatieprojecten beperken zich niet tot één participatievorm of tot een vaste volgorde. Burgers informeren is bijvoorbeeld een actie die tijdens een project herhaaldelijk terugkomt.

Dēmos, onderdeel van Publiq, ontwikkelde het participatiecontinuüm met het oog op participatie van mensen in kwetsbare situaties in vrije tijd en vrijetijdsbeleid. Ze vertrokken vanuit de participatieladder van Sherry Arnstein (1969) die verschillende participatievormen ordent van laag naar hoog: van informatie over inspraak tot samenwerking. Arnstein begint nog lager en neemt vormen van schijnparticipatie mee: manipulatie en decoratie. Dēmos besloot de ladder plat te leggen. Zo benadrukken ze dat deelnemen even waardevol is als deelhebben. Het uitgangspunt daarbij is dat niet iedereen altijd de meeste zeggenschap wil. Ook toont Dēmos met het continuüm dat het niet om een stappenplan gaat, maar om verschillende vormen die door elkaar kunnen georganiseerd worden. Dēmos breidde hun ladder bovendien uit. De originele ladder beperkt zich tot vormen van (mee)beslissen, terwijl manieren van (mee)doen ook vormen van participatie zijn. Hun participatiecontinuüm over vrijetijdsparticipatie vertaalden wij naar een participatiecontinuüm in mobiliteitsbeleid.

Informeren

Burgers informeren over mobiliteit en eventuele veranderingen kan veel vormen aannemen: Infoavonden over de voortgang van een infrastructuurproject, plannen die tonen hoe een plek er in de toekomst zal uitzien, maar ook bijvoorbeeld campagnes die gesprekken aanwakkeren over verplaatsingsgedrag (ontkieming) of mobiliteitsexperten die op infomomenten een spoedcursus geven over technische materie (opleiding).

Bevragen

Om te weten te komen wat de noden en bezorgdheden zijn van burgers, kan je in gesprek gaan tijdens een participatieavond, deur-aan-deur of aan een standje op een buurtevenement (bevragen). Maar je kan ook een terreinonderzoek doen waar je verkeerstellingen doet of ongebruikelijkheden zoals olifantenpaadjes in kaart brengt (observeren).

Inspraak geven

In sommige participatieprojecten worden burgers betrokken in het beslissingsproces door plannen voor te leggen en hen om advies te vragen of hen zelfs mee te laten beslissen. Als er verschillende ontwerpplannen zijn kan je hen bijvoorbeeld vragen de voor- en nadelen van elk ontwerp te formuleren (advies) of wanneer dat zinvol is een geloot burgerpanel laten stemmen op hun favoriet (beslissen). Adviesraden zijn een structurele manier om inspraak te geven aan burgers.

Co-creëren

Co-creatie is burgers de kans geven om niet enkel mee te denken, maar ook mee te doen. Zo kunnen ze deel uitmaken van het ontwerpteam en het plan mee uittekenen (plan), of komen ze samen om een stuk openbare ruimte in te richten door bijvoorbeeld bomen te planten en een speelparcours te timmeren (uitvoering). Als bestuur geef je dan een deel van de beslissing over een project uit handen.

Ruimte maken

Hier geef je als lokaal bestuur de regie aan de burgers zelf. Je faciliteert ruimte en budget voor actief burgerschap zodat zij hun eigen ideeën kunnen uitwerken en uitvoeren. Dat kan door een wijkbudget of burgerbegroting uit te reiken (budget), een leegstaand pand vrij te laten invullen (plek), verenigingen te ondersteunen … Als er geen ruimte is en burgers voelen dat er iets moet veranderen, nemen ze die ruimte hoe dan ook zelf in. Als bestuur let je op die signalen.

Het participatiecontinuüm voor ruimte- en mobiliteitsbeleid
Netwerk Duurzame Mobiliteit, Fien De Smet 6 juli 2026
Deel deze post